De laatste editie van VCA Actueel verscheen in december 2017

Meer informatie over VCA

www.vca.nl

Naar de SSVV

 

Naar de uitgever

 

Inspectie SZW kwam goedwillende bedrijven tegemoet, en verhoogde tegelijk de boetes

Ongelukken op het werk moeten gemeld worden, en toch gebeurt dat heel vaak niet. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het de laatste tijd nog minder vaak gebeurt dan voorheen. "Wist ik niet" is geen verklaring, want praktisch iedereen blijkt van de meldplicht op de hoogte. Maar wat is er dan aan de hand? Is er sprake van onwil, bijvoorbeeld uit angst voor boetes, of kunnen er ook andere verklaringen zijn?

Marc Kuipers is sinds 1 mei 2016 de baas van de Inspectie SZW. In zijn voorwoord bij het jaarverslag over 2016 schoot hij direct uit zijn slof: "Bijna de helft van de meldingsplichtige arbeidsongevallen werd vorig jaar niet gemeld. Bewust of onbewust: het gaat om een schandalig aantal. Ieder slachtoffer van een ongeval heeft recht op een onafhankelijk onderzoek."

Als we Marga Zuurbier ernaar vragen, op dat moment nog directeur Arbeidsomstandigheden van de Inspectie SZW, zegt ze dat de dienst al jaren weet dat 30 tot 50 procent niet wordt gemeld. Dat weet de dienst door de cijfers van wél gemelde ongevallen te vergelijken met CBS-gegevens, resultaten van TNO-enquêtes onder werkgevers en werknemers, en de meldingen die eerstehulpposten doorgeven aan VeiligheidNL. Het resultaat staat in de periodiek verschijnende ISZW-publicatie "Arbo in Balans".

Daarnaast zijn er ook andere cijfers, en wel de uitkomsten van inspectiebezoeken die na een melding worden afgelegd. Daarbij wordt standaard gevraagd hoeveel ongevallen zich in de recentste drie jaar hebben voorgedaan, of die ook zijn gemeld, en zo nee: of men niet wist dat het moest. We hebben die uitkomsten zelf even in een tabelletje gezet:

  wel gemeld niet gemeld

wist niet dat
het moest

2012 37% 50% 8%
2014 67% 26% 6%
2016 30% 68% 2%


Het is natuurlijk geen aselecte steekproef, en het beeld is wisselvallig, maar er spreekt echt geen blijvende verbetering uit. Opvallend is dat de recente terugval in het percentage gemelde ongevallen samenvalt met de duidelijke stijging in het totale aantal ongevallen dat zich in 2016 heeft voorgedaan. De Inspectie gaat ervan uit de productiedruk waarmee het conjunctuurherstel gepaard ging hiervan de oorzaak was, en gaat de komende tijd extra opletten of dit ook het meldgedrag beïnvloedt. Wat dit staatje wel heel duidelijk maakt, is dat nog maar heel weinig bedrijven zeggen dat ze onbekend zijn met de meldplicht.

Geen excuus
De afgelopen tijd heeft de Inspectie SZW het nodige gedaan om bedrijven die van goede wil zijn, tegemoet te komen. De telefoon en de website staan 24/7 open; ook in avonduren en weekeinden wordt gecheckt of er iets is binnengekomen waar direct op moet worden gereageerd. Zuurbier: "Ik hoor er toch nooit meer wat van kan geen excuus zijn. Iedereen die meldt, krijgt nu een reactie van ons."
Iets anders wat er is gebeurd, een paar jaar geleden alweer, is dat de boetes voor niet-melden zijn verhoogd. "Gigantisch verhoogd", zegt Zuurbier zelf. "Met name bij recidive. Toenmalig SZW-minister Kamp vond dat de oude boetes niet prikkelden. Het kan om een paar duizend euro gaan, maar bij dood en blijvend letsel ligt het bedrag vier of vijf keer hoger. Het kan tegenwoordig oplopen tot 50 duizend euro, en bij BRZO-bedrijven zelfs nog hoger. Het maximum geldt als er te laat is gemeld én het ongeval daardoor niet meer te onderzoeken is. In zo'n geval hangt het ook niet meer van de ernst van het letsel af. Zulke gevallen doen zich niet zo vaak voor, maar dat is ook omdat onze inspecteurs vaak nog wel bereid zijn om een onderzoek in te stellen." Welk verband er is met die hogere boetes kan Zuurbier niet zeggen, maar de Inspectie SZW heeft daarna wel meer meldingen binnengekregen. Er zitten tegenwoordig ook meer ongevallen bij die eigenlijk niet gemeld hoefden te worden. Zuurbier: "Werkgevers melden nu vaker voor de zekerheid. Vroeger wachtten ze ook vaker af of het letsel wel blijvend was, om daarna pas te melden."

Onwil of verwarring
Het feit dat de meldplicht wijd en zijd bekend is, en het feit dat sommigen zelfs meer zijn gaan melden dan ze hoeven, doet vermoeden dat er bij niet-melders sprake is van bewuste onwil. Voor een deel zal dat zeker meespelen. Om te beginnen valt op dat het percentage niet-melders dat Kuipers noemde erg overeenkomt met het percentage bedrijven (bijna 50 procent) dat ondanks de wettelijke verplichting nog steeds geen RI&E heeft. Zuurbier zegt te hopen en te verwachten dat VCA-gecertificeerde bedrijven allemaal tot die helft behoren die de meldplicht wel naleeft.

Maar naast onwil en laksheid is er nog een andere verklaring voor ondermelding, en dat is verwarring over de juiste uitleg van de wet. Een voorbeeld dat Zuurbier zelf geeft, heeft betrekking op zzp'ers: "Werkgevers denken soms dat een zzp'er die betrokken is bij een ongeval dat zelf moet melden. Maar als een zzp'er 'onder gezag' werkt, is het de werkgever die dat moet doen. Dat speelt zeker in de bouw heel sterk. De toename van de inschakeling van zzp'ers en uitzendkrachten kan een van de oorzaken zijn van ondermelding. Want in de praktijk zijn niet alle werkgevers van mening dat ze gezag uitoefenen, ook als dat wel zo is."

Onzekerheid bestaat ook wel eens bij ongevallen waarvan de relatie met het werk niet meteen vaststaat, vervolgt Zuurbier. "Ongevallen door hartfalen of epilepsie moeten evengoed gemeld worden. Een werkgever kan niet zomaar zelf bepalen dat er geen relatie met het werk bestaat. Dat moeten wij kunnen onderzoeken. Daarbij schakelen we soms het Nederlands Forensisch Instituut in. Dat is vorig jaar twee keer gebeurd."

"Mensenwerk"
Navraag bij anderen brengt nog meer onduidelijkheden over de meldplicht naar boven. Onze eerste bron is Marc Keijzer, hoofd QHSE bij Van den Herik Sliedrecht. In de kringen waarin hij zelf verkeert - hij zit in de arbocommissie van de Vereniging van Waterbouwers en is goed bekend in de Rotterdamse haven - ziet hij nergens onwil. "Iedereen die ik ken, vindt melden tegenwoordig normaal. Het is ook veel slimmer. Als de Inspectie komt kijken, leer je daarvan." De manier waarop inspecteurs bedrijven bejegenen is volgens hem verbeterd. "Sommigen waren vroeger berucht, die kwamen bij wijze van spreken schreeuwend het terrein op. Nu niet meer. Officieel is de lijn nog steeds dat de inspecteurs er niet zijn om advies te geven, maar ik ken er wel een met wie we af en toe overleggen over hoe dingen beter kunnen."

Keijzer is een man die vindt dat wet nu eenmaal wet is. Wel noemt hij meerdere onduidelijkheden in de regels rond het melden van ongevallen:
• "Of er sprake is van blijvend letsel blijkt soms pas na verloop van tijd. Maar hoe beoordeel je dat nou en wanneer kun je beter een vooraanmelding doen? Wij behoren tot de bedrijven die voor de zekerheid meer melden dan eigenlijk hoeft. Als je hiernaar informeert bij de Inspectie, krijg je overigens goede uitleg, moet ik zeggen."
• "In de afgelopen jaren was lang onduidelijk wanneer je moest bellen of mailen. Wat was in welk geval van toepassing? Dat kan tot ondermelding geleid hebben."
• "De regel is tegenwoordig: melding is wel verplicht bij dagopname, maar niet bij poliklinische behandeling. Maar wat is nou een dagopname? Als er een specialist bij moest komen voor een behandeling, is het meldingsplichtig, maar weer niet als die specialist alleen maar zegt dat je verder bij je huisarts moet zijn. Dat is tenminste wat ik zelf heb opgemaakt uit telefoongesprekken die ik hierover met de Inspectie had."
• "Er is onduidelijkheid over wat arbeidstijd is. Woon-werkverkeer niet, dat weet ik. Maar wat als je te vroeg op je werk was en alvast iets ging doen?"
• "Wanneer werkt iemand wel of niet 'onder gezag' van de werkgever?"

Keijzer wil niet beweren dat onduidelijkheid alles verklaart. "Het blijft natuurlijk mensenwerk. Ten onrechte niet melden gebeurt vaak onbewust, je wilt toch eerst het slachtoffer helpen. Het kan er gewoon bij inschieten. Maar ik denk ook wel dat mensen af en toe even nadenken over wat ze met een melding allemaal over zich afroepen, en dat ze ervan afzien als het ze even te lastig is."

"Het is in mijn branche ook afhankelijk van de uitvoerder of de projectleider. Mij overkomt het wel eens dat ik pas dagen later van een incident hoor. In zulke gevallen kan het gebeuren dat ik zelf ook niet meer meld. Waarom? Omdat de Inspectie SZW in zulke gevallen vaak helemaal geen onderzoek meer kan doen. Dat is immers het voornaamste doel van het melden."

Regie houden
Een andere bron die vanuit de praktijk meer licht werpt op de zaak, is Ingeborg Goutbeek, hoofd KAM bij Bouwgroep Dijkstra Draisma. Ze werd onlangs geïnterviewd door de site DeVeiligheidskundige. nl en daarbij wilde ze graag kwijt dat inspecteurs van de ISZW eigenlijk nooit vertellen hoe iets dan beter had gekund. Dat ervaart ze als "over de schutting gooien". Tegen VCA Actueel zegt ze desgevraagd dat ze dit absoluut géén reden vindt om minder te melden dan zou moeten. Net als Keijzer vindt ze dat de bevindingen van inspecteurs soms juist heel informatief zijn. Daar tekent ze wel bij aan dat de manier waarop de Inspectie SZW de piketdiensten heeft georganiseerd, tot gevolg heeft dat er na een melding inspecteurs komen die minder branchekennis hebben dan vroeger het geval was. "Ze streven ernaar om mensen te sturen die binnen een bepaalde afstand van je bedrijf zitten. Daardoor krijgen we niet altijd mensen die veel van ons werk afweten. Vorig jaar kwam hier een inspecteur die eigenlijk deskundig was op het gebied van gevaarlijke stoffen en die bij ons de steiger niet opdurfde. Twee weken geleden kwam er een mevrouw die gespecialiseerd is in CE-markering van machines. Leren van wat een inspecteur zegt, wordt op die manier wel lastiger."

Goutbeeks tip is om regie te houden over het proces van melden en wat daarop volgt. Medewerkers en getuigen moeten gewoon de inspecteur te woord staan, maar niet in discussie gaan. Als werkgever reageert ze alleen schriftelijk, na eigen onderzoek. Ze heeft wel eens meegemaakt dat een medewerker moeite had om zich in te houden toen de inspecteur volgens hem blijk gaf van onkunde, en dat soort situaties wil ze vermijden. Ook zegt ze te hebben meegemaakt dat een inspecteur ten onrechte opschreef dat er sprake was van blijvend letsel, zonder dat zelf te hebben vastgesteld. Het beroep dat ze daartegen instelde, slaagde.


Afhandeling door specialisten
Als we de reacties van Keijzer en Goutbeek voor commentaar voorleggen aan Marga Zuurbier, is haar functie inmiddels veranderd in die van directeur Toezicht. Als het goed is, zal de reorganisatie die daaraan ten grondslag ligt tegemoetkomen aan wat Goutbeek zegt over de deskundigheid van inspecteurs die op meldingen afkomen. Meldingen over asbest worden voortaan afgehandeld door mensen die veel van asbest afweten, et cetera.


Niet-melden kan een strafbaar feit zijn

Zijn er veel werkgevers die uit kwade wil niet melden? De afgelopen periode kwamen daarvan verschillende voorbeelden in het nieuws. Zo is er het geval van een kweker die een illegale Marokkaan tewerkstelde. Bij het ontsmetten van aarde in de kas scheurde de stoommat en raakte de man ernstig verbrand. Marga Zuurbier: "Die werkgever wilde absoluut buiten beeld blijven en weigerde daarom zelfs een ambulance te bellen. Een collega heeft het slachtoffer met zijn eigen auto naar het ziekenhuis gebracht." De rechter legde de kweker twee maanden onvoorwaardelijke celstraf op. Uitbuiting was in dit geval niet aan de orde, vond hij, maar wel een poging om illegale huisvesting te verdoezelen. Het bedrijf kreeg daarvoor een boete van 20 duizend euro, waarvan de helft voorwaardelijk. Bedrijf en bedrijfsleider moeten het slachtoffer een schadevergoeding van 11.700 euro betalen.

Een ander recent voorbeeld is het bedrijf waar medio 2016 een ongeluk met een heftruck plaatsvond en leidinggevenden met vervalste papieren kwamen aanzetten om te maskeren dat de berijder die niet had. In maart 2017 hield de directie Opsporing van de Inspectie SZW in opdracht van het Functioneel Parket drie verdachten aan. Het onderzoek loopt nog.
Zuurbier kan uiteraard niet zeggen hoe vaak dit soort gevallen onontdekt blijft. "We doen er wel alles aan om de meesten op te pakken. We hebben het makkelijker gemaakt om onze directie Opsporing in te zetten bij alles wat de dienst tegenkomt. Die heeft destijds bijvoorbeeld ook de fraude met VCA-examens behandeld. Het was eerst een aparte en afgeschermde eenheid. Nu zijn de interne contacten veel soepeler geworden. Onder bepaalde voorwaarden mogen ze telefoontaps zetten, computers aflezen, digitale analyses van camerabeelden maken, dat soort dingen. We brengen tegenwoordig een toenemend aantal zaken voor de strafrechter, en niet alleen fraudezaken."

Bij meldingen van dodelijke ongevallen - dat aantal is in 2016 weer gestegen, het waren er 70 - is het starten van een intensief onderzoek standaardprocedure, daar is geen concrete verdenking van een strafbaar feit voor nodig. De Inspectie SZW heeft de afgelopen periode nieuwe afspraken gemaakt met de meldkamers van de politie. Doel is uiteraard dat geen enkel dodelijk arbeidsongeval aan de aandacht ontsnapt, of er nu gemeld wordt of niet. Als de dienst de indruk krijgt dat er strafrechtelijke zaken spelen, op grond van artikel 32 Arbowet of anderszins, maakt de directie Opsporing een proces-verbaal op dat naar het Functioneel Parket van het OM gaat. Dat beslist vervolgens over sepot, een schikking of een zitting. De afgelopen jaren is ongeveer de helft van de dodelijke arbeidsongevallen aan het OM voorgelegd.


Wanneer melden en wat gebeurt er dan?
In de brochure "Meldingsplichtige arbeidsongevallen. Meld ze direct bij de Inspectie SZW" staat welke ongevallen gemeld moeten worden en wat er daarna gebeurt. De nieuwste versie is van maart 2017.
Direct melden is verplicht bij:
• arbeidsongevallen met dodelijke afloop (hiervoor dient het permanent bereikbare telefoonnumer 0800-5151),
• of arbeidsongevallen die leiden tot blijvend letsel en/of ziekenhuisopname (ook als dit pas later blijkt).
In deze gevallen moet een digitaal  formulier worden ingevuld (via www.inspectieszw.nl).

Ongelukken bij woon-werkverkeer zijn geen "arbeidsongevallen", maar weer wel als ze plaatsvinden met voertuigen van de werkgever. Poliklinische behandelingen bij een SEH-post zijn niet meldingsplichtig, maar dagopnames wel. Werkgevers hebben meldplicht bij elk ongeval waarbij iemand is betrokken die onder hun gezag werkt, dus ook uitzendkrachten (de brochure meldt het niet, maar vooral bij zzp'ers is het afhankelijk van concrete omstandigheden of dit criterium van toepassing is).

Na elke melding beslist de Inspectie SZW of er onderzoek moet plaatsvinden. Indien niet, dan worden werkgever en slachtoffer daarvan in kennis gesteld. Indien wel, dan moet de locatie zoveel mogelijk intact blijven. Kans op herhaling moet wel worden weggenomen. Wanneer het ongeval niet voortvloeide uit een overtreding, worden werkgever en slachtoffer hierover schriftelijk geïnformeerd, net als de medezeggenschap. Als zo'n relatie er wel is, kan een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Bij vermoedens van een strafbaar feit wordt proces-verbaal opgemaakt. Rapporten van de ISZW en processen-verbaal kunnen door slachtoffers worden opgevraagd voor civiele procedures.